(door Arne Nemegeer)

LSG 1RatingHWP Sas van Gent 1RatingRonde 1
Pijpers, A. (Arthur)2498Vantorre, N. (Nils)21831 – 0
Haastert van, E.P.C. (Edwin)2351Vandenhole, K. (Kobe)2317½ – ½
Werf van der, M.J. (Mark)2362Dreelinck, J. (Jacob)2289½ – ½
Wessel van, R.W.B. (Rudy)2331Zouaghi, A. (Amir)2357½ – ½
Roobol, M. (Martin)2319Decrop, B.R.R. (Benjamin)22300 – 1
Tjiam, D.U.C. (Dharma)2343Cardon, H.R.A. (Helmut)2245½ – ½
Willemze, T. (Thomas)2337Follesa, E. (Enrico)2216½ – ½
Jens, A.J. (Jelmer)2368Dreelinck, A. (Adriaan)2219½ – ½
Sirin, A. (Atakan)2359Leenhouts, K. (Koen)2450½ – ½
Bosman, M.J.T. (Michiel)2266Nemegeer, A. (Arne)2277½ – ½
Gemiddelde Rating:2353Gemiddelde Rating:22785-5

Wat voorafging

Ondertussen is door iedereen wel geweten dat HWP een andere weg is ingeslagen. Het motto van ons nieuwe pad is sinds vorig jaar: “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst”. We zijn dus bezig met een grote verjongingskuur. Vorig jaar waren we nog niet zo optimistisch over onze kansen in 1B, maar dat bleek totaal onterecht. Dankzij hevige sneeuwval en jeugdig enthousiasme werd het een regelrechte walk in the park. We promoveerden met het grootste gemak, op één slippertje na.

De vraag die zich vervolgens stelt is: “Kan dit team zich ook handhaven in de hoogste afdeling van de Nederlandse interclub?” Iedereen binnen het team denkt dat we niet kansloos zijn. Ik hoorde onze Zeeuwse trots, Koen Leenhouts, zelfs al titelambities uitspreken. We zullen zien.

Onze eerste horde was gisteren tegen het eerste team van LSG. Een vreemd team, als je het mij vraagt. Leiden is bij ons bekend als een studentenstad, maar toen ik de opstelling bekeek, zag ik geen enkele student. Sterker nog: als we er heel even de rekenmachine bij nemen, komen we al gauw tot de vaststelling dat de gemiddelde leeftijd van onze tegenstanders 48,6 jaar is. Die van ons daarentegen is 27,1. Vergelijk het gerust met een gevecht tussen een ‘boomer-brigade’ en het Cadettencorps.

Een rustig begin

De verslaggever van dienst rechts op de voorgrond. (foto Paul Koks)

De wedstrijd begon voortvarend. Toen ik voor het eerst langs de borden wandelde, was ik zeer optimistisch gestemd over onze kansen. Niet veel later besloot Kobe Vandenhole het remisevoorstel van zijn tegenstander te aanvaarden. Dit was zeker geen slecht resultaat, aangezien hij iets minder stond in de eindstelling. Laat ons stellen dat zijn tegenstander iets vroeger dan de anderen cadeautjes uitdeelde.

Nils Vantorre speelde zoals wel vaker een heel mooie voorbereiding op het bord. Hij dacht dan ook beter tot gewonnen te staan, maar zijn tegenstander was niet de minste: hij speelde namelijk tegen Arthur Pijpers. Arthur leek de nuances en de dynamiek in de stelling beter te begrijpen en zette Nils koelbloedig van het bord.

Onze Nederlandse steunpilaren, Koen Leenhouts en Helmut Cardon, speelden een keurige plusremise en hadden zeker kansen op meer. Af en toe is het geen slecht idee om de krachten te sparen voor de volgende ronde. Ik ben er zeker van dat ze beiden zullen winnen in de komende wedstrijd.

Tot zover alles correct

Ondertussen kwam de tijdscontrole eraan en het zag er maar somber uit. Het zou zomaar 8,5 – 1,5 kunnen worden. Waar boomers Gen Z’ers vaak verwijten geen doorzettingsvermogen te hebben en lui te zijn, was daar in deze wedstrijd absoluut geen sprake van. We stonden dan wel allemaal minder, maar wij zijn winnaars. Als ik aan winnaars denk, denk ik vaak aan de motiverende woorden: “Winnaars geven nooit op en opgevers winnen nooit.” Ik vermoed dat de rest van het team er net zo over dacht.

Enrico Follesa toonde ons het goede voorbeeld en wist zijn stelling vrij comfortabel op remise te houden. Zijn tegenstander was niet doortastend genoeg, terwijl Enrico erg secuur verdedigde. Met een handigheidje wist Enrico af te ruilen naar een gelijk toreneindspel. Niet veel later begroeven de heren de strijdbijlen en werd de vrede getekend.

Hollywood aan de schaakborden

Tot hier verliep alles vrij logisch, maar wat er nú gebeurde, hebben ze zelfs in Hollywood nog niet bedacht. Ik weet niet goed waar te beginnen of hoe het te beschrijven, maar ik doe toch een poging. Men zegt wel eens dat je zaken met afbeeldingen veel eenvoudiger kunt uitleggen, maar zelfs illustraties schieten hier tekort. Ik zal het u proberen uit te leggen in chronologische volgorde — of toch mijn herinnering daaraan.

Allereerst de partij van Benjamin Decrop: Benjamin wist zijn mindere positie nog helemaal om te buigen en boekte uiteindelijk een klinkende overwinning. Zijn tegenstander was duidelijk aangeslagen. Deze ommekeer was nog niet eens de grootste van de dag, maar wat mij vooral opviel, was de nauwkeurigheid waarmee Benjamin het uittikte. Vanaf het punt dat hij iets beter kwam te staan, speelde hij louter nog de beste zet. Tja, daar zit je dan als tegenstander… Tegen zo’n geweldenaar valt niet veel te beginnen.

Adriaan Dreelinck had zijn tegenstander in de opening voor moeilijke problemen gezet, wat hem een mooi tijdsvoordeel opleverde. Jammer genoeg wist Adriaan hier niets mee te doen. Hij werd vervolgens overspeeld, vocht knap terug en probeerde op het einde alsnog voor de winst te pushen. Een rollercoaster, zoveel is zeker. Helaas moest Adriaan zijn winstpogingen staken en ook hier werd de vrede getekend.

In de opening was mijn eigen tegenstander beter voorbereid dan ik. Hierdoor kreeg hij een klein voordeel — dat hij pardoes een zet later weer weggooide. Ik probeerde het initiatief over te nemen, maar reageerde op bepaalde momenten te braaf. Juist voor de tijdscontrole nam mijn tegenstander het helemaal over en het leek erop dat ik in een compleet uitzichtloze situatie belandde: een pion minder, stukken die niet samenwerkten en een onveilige koning. U denkt nu vast dat dit een gemakkelijke overwinning werd voor mijn tegenstander. Wel, dat was buiten hemzelf gerekend. Hij begon te knoeien en op het punt dat werkelijk elke zet leek te winnen, koos hij voor praktisch de enige zet die dat níét deed. “Dank u”, dacht ik bij mezelf.

Achteraf was er nog discussie tussen Amir Zouaghi en mij over wie van ons de grootste ontsnapping had bewerkstelligd. Nu ik de partijen nog eens heb doorgeklikt, blijkt dat een zinloze discussie: Amir heeft overduidelijk de hoofdprijzen gewonnen op het vlak van miraculeuze ontsnappingen. Al vroeg uit de opening keek hij aan tegen een complete ruïne. Al grappend zeggen wij wel eens tegen elkaar dat activiteit een illusie is, maar vandaag dacht Amir dat blijkbaar écht. Ik word nog steeds een beetje moedeloos als ik naar die partij terugkijk. Amirs passiviteit kostte hem een pion, en alsof dat nog niet genoeg was, gaf hij er nog een tweede bij.

Zo stond hij twee pionnen in het krijt én volkomen passief. Deze situatie was nóg uitzichtlozer dan die van mij, maar juist op dat soort momenten staat Amir op. Hij bleef stug zetten produceren om het zijn tegenstander zo moeilijk mogelijk te maken. Helaas bracht dat aanvankelijk weinig soelaas; zijn tegenstander bleef goed spelen en op een gegeven moment gaf Stockfish zelfs +14 aan! Voor de leken onder ons: dat is het schaakequivalent van “tijd om op te geven”. Desondanks bleef Amir stug doorgaan. En toen alle hoop verloren leek, kwam daar de deus ex machina: zijn tegenstander blundert! Amir behaalt alsnog remise. Dit slot was absoluut niet geschikt voor hartpatiënten.

Tot slot was Jacob Dreelinck nog bezig. In het begin overspeelde Jacob zijn tegenstander compleet, maar het voordeel verwaterde. Het werd zelfs nog erger: Jacob moest uit het niets vol in de verdediging. Dat deed hij met verve, waarna hij de rollen weer wist om te draaien. Wat volgt heb ik nog nooit meegemaakt: Jacob speelde naar mijn gevoel tot in het oneindige door, telkens op zoek naar die allerlaatste winstkans. In het begin geloofde ik er niet in, maar ineens zag ik toch weer kansen ontstaan. Zijn tegenstander verdedigde zich echter kranig. De partij heeft in totaal zo’n 6 tot 7 uur geduurd en af en toe hoorde ik onze tegenstanders klagen dat hun eten koud werd. Maar ook hier werd — na lang aandringen van Jacob — uiteindelijk de remise getekend. Ik hoop dat het koude eten na afloop alsnog gesmaakt heeft.

Beter dan toen, klaar voor meer

Zo sloten we onze eerste ronde af met een mooi gelijkspel (5-5). Mensen met een heel scherp geheugen zullen ongetwijfeld meteen doorhebben dat we hiermee nu al meer matchpunten hebben gescoord dan tijdens onze troosteloze degradatie van twee seizoenen geleden!

Achteraf vroeg ik Koen nog eens of hij na dit gelijkspel nog steeds in onze titelkansen geloofde. Waarop hij vol overtuiging antwoordde: “Ja, onze titelambities staan nog overeind!”

De volgende horde staat gepland op 3 oktober 2026 tegen Charlois Europoort. We gaan er alles aan doen om een beter resultaat neer te zetten dan twee seizoenen geleden.

Marnix van der Zalm

Hallo, ik ben Marnix, 62 jaar en lid van HWP vanaf mijn 10e. Sinds 2006 ben ik voorzitter van HWP, nadat onze oprichter en mijn enige voorganger Walter Cardon was overleden. Ik woon in Ossendrecht, samen met mijn vrouw José. Schaken doe ik in het tweede en derde team van HWP, het doordeweekse ZSB A-team van HWP en in het ZSB-bekerteam. En ik probeer ook ieder jaar mee te doen aan het Hogeschool Zeelandtoernooi.